Verbond Abraham

Na de geschiedenis met Noach lezen we dat de mens God al snel niet meer op het oog had. De mens deed er alles aan om zichzelf te behagen (Gen. 11).

God gaat dan uit de mensen één volk uitkiezen om opnieuw met hen een verbond aan te gaan. Dit volk begint bij de roeping van één persoon en zijn gezin, het gezin van Abraham (Gen. 12).

Starry_Night_at_La_Silla

Abram werd geroepen om zijn land en familiekring te verlaten en te gaan naar een land dat God hem zou wijzen. Aangekomen in het nieuwe land maakt God een verbond met Abram en zijn naam wordt veranderd in Abraham. Het sluiten van dit verbond kunnen we lezen in Genesis 15 en 17. We willen stil staan bij de verbondssluiting zoals we dat kunnen lezen in Genesis 17.

God belooft aan Abraham dat alle geslachten in hem gezegend zullen worden. Genesis 17: 4 en 5 laat ons zien dat er twee beloften door God worden gedaan. Het is erg belangrijk om deze twee beloften te onderscheiden om straks het oude verbond en het nieuwe verbond beter te begrijpen. Wanneer later de doop-verbond relatie wordt besproken is het ook van belang het verschil tussen de twee beloften te onderscheiden.

Het verschil tussen de twee beloften van God aan Abraham: 

→ In Genesis 17:4 lezen we: U zult vader (le-ab) worden van een menigte volken.

→ In Genesis 17:5 lezen we: Ik zal u vader (ab) van een menigte van volken maken.

In onze Nederlandse taal zal het verschil tussen het gebruik van de twee woorden "vaders" niet direct opvallen. Daarom heb ik de Hebreeuwse grondtekst woorden erbij gezet. Wanneer we op het woord "le-ab" zoeken in de grondtekst, dan zien we dat dit 13x wordt gebruikt in het Oude Testament. Een voorbeeld hiervan kunnen we lezen in de geschiedenis van Jozef: Genesis 45:8 Nu dan, niet jullie hebben mij hiernaartoe gestuurd, maar God. Hij heeft mij aangesteld als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en [als] heerser over heel het land Egypte. Jozef is natuurlijk niet de vader van Farao. Jozef functioneerde wel als een vader voor Farao. "Le-ab" vader is een geestelijke vader, terwijl "ab" in het oude testament wordt gebruikt als de natuurlijke vader.

Het verschil komt in de HSV vertaling tot uitdrukking in: vader-maken of vader-worden. Vader-maken heeft dan betrekking op de natuurlijke nakomelingen van een vader, kinderen die uit hem voortkomen. Vader-worden heeft te maken dat je een vader bent voor de ander zonder dat je zijn biologische vader bent. In Genesis 17 vers 4 en 5 wordt ons meegedeeld dat Abraham twee beloften ontvangt, één voor zijn natuurlijk nageslacht en één voor zijn geestelijke nageslacht.

Als teken van dit verbond moest Abraham al zijn (mannelijk) nageslacht besnijden in de voorhuid (verbond = berith (Hebreeuws) = snijden). Dit besnijden aan de "buitenkant" is een schaduw van het besnijden aan de "binnenkant" zoals we lezen in Kolossenzen 2.

God belooft Abraham twee soorten zegeningen voor hem en zijn nageslacht. Hoe worden deze zegeningen door God vervult? De vervulling van de belofte voor zijn natuurlijk nageslacht komt tot stand bij het oude verbond. De vervulling van de belofte voor zijn geestelijk nageslacht komt tot stand bij het nieuwe verbond. (Hierbij dient opgemerkt te worden dat alle beloften voor het natuurlijk zaad nog niet in vervulling zijn gegaan)

→ Onderwerp van het verbond met Abraham: natuurlijk nageslacht en geestelijk nageslacht 

→ Teken van dit verbond: besnijdenis van de voorhuid (natuurlijk) en besnijdenis aan het hart (geestelijk)

→ Vervulling van dit verbond: oude verbond (natuurlijk) en nieuwe verbond (geestelijk)

→ Behoren tot dit verbond: geboorte (natuurlijk) en wedergeboorte (geestelijk) 

→ Vertegenwoordiger van dit verbond: Mozes (oude verbond) en Jezus Christus (nieuwe verbond)

Bovengenoemde verschillen worden verder uitgewerkt in de webpagina's oude verbond en nieuwe verbond.

Gen. 11:4 4  En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!

Gen. 12: 1  De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. 2  Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. 3  Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

Genesis 17: 1 Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. 2 Ik zal Mijn verbond sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken. 3  Toen wierp Abram zich met het gezicht [ter aarde] en God sprak met hem: 4  Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken. 5  U zult niet meer Abram heten, [maar] uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken. 6  Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen. 7  Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, [al] hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. 8  Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn. 9  Verder zei God tegen Abraham: En wat u betreft, u moet Mijn verbond in acht nemen, u en uw nageslacht na u, [al] hun generaties door. 10  Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden. 11  U moet het vlees van uw voorhuid laten besnijden en [dat] zal een teken zijn van het verbond tussen Mij en u. 12  Elk kind bij u van acht dagen [oud], al wie mannelijk is, moet besneden worden, [al] uw generaties door: degene die in [uw] huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort. 13  Degene die in uw huis geboren is én degene die met uw geld gekocht is, moeten zeker besneden worden. Zo zal Mijn verbond in uw vlees tot een eeuwig verbond zijn. 14  Maar hij die mannelijk [en] onbesneden is, van wie het vlees van zijn voorhuid niet besneden wordt, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden; hij heeft Mijn verbond verbroken.

 

 

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.