Maarten Luther beschouwde de doop als één van de twee door Christus ingestelde sacramenten, samen met het Heilig Avondmaal. In tegenstelling tot een puur symbolische uitleg zag Luther de doop als een krachtig middel van genade, waarin God Zelf handelt. In zijn Kleine Catechismus (1529) schrijft hij:
Ontdek meer van Reformatorische Baptisten
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.